Paardenras: Canadees Paard

Canadees Paard

 

Het Canadese Paard heeft veel Amerikaanse rassen beïnvloed, iets wat menig paardenfan misschien niet weet. Sommige mensen beweren zelfs dat het beroemde paard Justin Morgan, het allereerste Morgan-paard, veel kenmerken van het Canadese Paard heeft. Rond 1800 zijn er veel Canadese Paarden verspreid over de Oostkust en het hoge Midwesten van Amerika.

 

Deze paarden hebben een stokmaat van ongeveer 1,44 tot 1,62 m. Het hoofd is kort met een breed voorhoofd en een smalle snuit. De schouder loopt mooi schuin, de romp is lang en diep. Het is een sterk paard, dat een hoge leeftijd kan bereiken. Omdat het dier goed geproportioneerd en stevig gebouwd is, is de Canadees een prima rij- en tuigpaard. De hoeven horen zeer hard te zijn. De manen en staart zijn golvend.

 

Het fokmateriaal voor het Canadese Paard werd rond 1600 naar de toen Franse kolonie Canada gebracht. Het waren paarden uit Normandische en Bretonse stammen, meestal uit de koninklijke stallen. Van de Bretonse tak kreeg de Canadees zijn weerstandsvermogen, en van de Normandische paarden zijn ietwat oosterse uiterlijk. Er bestond alleen geen echt foksignalement, waardoor er verscheidene types Canadese paarden ontstonden, afhankelijk van de behoefte aan dravers, renners of trekpaarden. De Canadees is een kwaliteitspaard en heeft veel invloed gehad op andere rassen. Desondanks heeft het nooit echt veel aanzien genoten. Het eerste stamboek werd in 1885 geopend, en kort daarna, in 1886, hebben de fokkers zich verenigd. Maar in 1940 bestonden er al bijna geen stoeterijen meer. Het duurde tot 1979, toen de Canadese overheid wat er nog van de kudde over was, wilde verkopen, voordat fokkers zich actief gingen inzetten voor het behoud van dit paard. Tegenwoordig onderhouden ze ongeveer 1.500 dieren.

 

De allereerste Canadese Paarden werden simpelweg in het diepe gegooid door hen in de meest barre omstandigheden aan het werk te zetten. De eigenaren meenden dat de beste manier om de paarden te harden was hen gewoon aan hun lot over te laten in de ruwe omgeving van Noord-Amerika. Ze mochten zomers loslopen in de bossen, kregen 's winters nauwelijks extra voer, en werkten hard met weinig verzorging.

 

 

Terug naar Rassen Info