Paardenras: Fries

Fries

 

In Nederland fokte men aanvankelijk drie paardenrassen:

 

- Het Friese paard; donkerbruin of zwart en matig zwaar
- Het Gelderse paard; lichter,donkerbruin
- Het Zeeuwse paard; zwaar

 

Alleen het Friese paard heeft zich in een klein aantal weten te handhaven. De beide andere rassen hebben in de loop der jaren het veld moeten ruimen voor de Oldenburger als landbouwtuigpaard. En het Belgisch paard als landbouwtrekpaard.

 

Daar de Fries niet alleen in het tuig uitblonk, maar ook onder de man en in het boerenwerk, werd hij gebruikt om verwante rassen te veredelen. De vermaarde Oldenburger gaat voor een groot deel op Fries bloed terug. Het Friese paard is een ras, dat zoals de naam al aangeeft, afkomstig is uit de Nederlandse provincie Friesland. In de middeleeuwen was de Fries erg in trek als rijdier bij ridders van Noord-Europa. Het ras nam in de 19e eeuw sterk in aantal af en omstreeks 1913 waren er nog maar 3 hengsten over. De vereniging "Het Friese paard" behoedde het ras voor uitsterven door een campagne die bijzonder veel succes had. Het bestand is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Een belangrijke bijdrage tot dit resultaat was ongetwijfeld het inbrengen van Oldenburger bloed.

 

De moderne Fries is een veelzijdig paard, dat uitstekende diensten kan verrichten in het tuig voor de Friese sjees, onder het zadel en in het circus in de vrijheids dressuur. Kenmerkend zijn de "kwasten" aan de benen en de golvende haren van staart en manen, de trotse houding en de hoge knieactie. Het Friese paard is zwart, enkele witte haren op het voorhoofd zijn toegestaan. Kruisingen met Spaanse paarden, voornamelijk Andallusiërs leverden de Nederlandse Harddravers op.

 

 

Terug naar Rassen Info