Paardenras: Mérens

Mérens

 

De Mérens komt uit de Franse Pyrenëen. Men zegt dat hij daar duizenden jaren lang ongestoord heeft kunnen leven. Omdat zijn geboorteland zo bergachtig is, is de Mérens erg vast ter been; het is dan ook een goede trekpony. Hij is niet bijzonder groot, maar desalniettemin kunnen volwassen ruiters hem net zo goed berijden als kinderen.

 

De Mérens heeft een stokmaat van 1.30 tot 1.41 m. en een zwarte vachtkleur. Het hoofd is, mede door de Arabische invloed, klein en fijn getekend. De hals is sterk en kort; de rug is lang met een stevige schouder en een goed gevormde achterhand. Alhoewel het beenwerk van de pony tamelijk licht en kort is, wordt het wel gekenmerkt door degelijkheid en kracht. De staart en manen zijn dik.

 

De Mérens leefde al sinds de prehistorie in de bergen van de Pyreneeën en de Ariegeois, maar pas in 1908 toonden fokkers hun interesse. Daarna werd hij gefokt om in de mijnen van zuidwest-Frankrijk te werken en om hout te slepen. Veel kenmerken van de Mérens komen overeen met die van de Fell Pony en het Friese Paard.

 

De Mérens staat al eeuwen ten dienste van de boeren in de Ariegeois-bergen. De pony is populair omdat het een taai beestje is, met een sterke weerstand; hij wordt zelden ziek. De Mérens komt ook voor in het zuid-westen van de Pyreneeën, bij de Rivièra, en in de Alpen.

 

 

Terug naar Rassen Info