Paardenras: Noriker

Noriker

 

De Noriker is één van de oudste Europese koudbloedrassen. Het ras is genoemd naar het staatje Noricum, in Oostenrijk. Noricum was ooit een provincie van het Romeinse Rijk en de Romeinen legden er een uitgebreid netwerk van wegen aan. Op oude relikwieën uit die tijd zijn paarden afgebeeld met lasten op hun rug, of voor wagens gespannen. De afgebeelde paarden lijken erg op de Noriker zoals we die nu kennen. De moderne Noriker is nog steeds erg populair en is het standaard werkpaard in het Alpengebied. Het ras is erg vast ter been en kan aanzienlijke lasten slepen over lange afstanden. Om in het Norikerstamboek te worden opgenomen, moet een Noriker hengst aan strenge eisen voldoen en allerlei tests afleggen, waarbij zijn snelheid en kracht worden gemeten.

 

De Noriker is een middelgroot trekpaard; zijn stokmaat ligt rond de 1.60 m. Hij heeft een groot hoofd en een korte gespierde hals. Borst en schouder zijn ruim en gespierd. Hij komt voor in diverse kleuren, waaronder diverse tinten bruin en vos. Er zijn ook bonte Norikers. Eerder droegen deze paarden de naam Pinzgauer.

 

De oorsprong van de Noriker ligt in de provincie Noricum, in het vroegere Romeinse Rijk - vandaar ook de naam van het ras. Tegenwoordig maakt dit gebied deel uit van Oostenrijk. Het ras wordt nu ook in Italië, Tsjechië, het voormalige Joegoslavië en in Duitsland gefokt. De Noriker zou afstammen van de Haflinger. Door vermenging met Spaans, Napolitaans en Boergondisch bloed is de pony omgevormd tot een paard.

 

Om te beslissen of een hengst aan de eisen voldoet om als fokhengst te dienen, moet hij een test afleggen waarin hij zijn kracht en snelheid moet bewijzen. Hij moet èn een zware last slepen èn 500 m stappen binnen een bepaalde tijd. Sommige merries moeten deze test tegenwoordig ook ondergaan om als fokmerrie in aanmerking te kunnen komen.

 

 

Terug naar Rassen Info